Stagelopen in Kenia

Robin doet verslag van haar eerste maand:

“Op dit moment ben ik bijna een maand in Kenia bij Why Not. De eerste indrukken zijn zeer positief. Ik ben erg goed ontvangen door de fieldworkers. Het is zo gaaf om te zien dat de fieldworkers zo’n groot hart hebben voor de stichting en de kinderen. Elke dag wordt er weer met liefde gewerkt of op kantoor of daarbuiten tijdens home visits en school visits. Ik ben in deze eerste weken vaak mee geweest op home visits. Tijdens deze home visits ga je bij meerdere huizen langs om te kijken hoe het daar gaat met de kinderen. We stellen wat vragen aan de ouders of het kind zelf over wat ze bezig houdt als ze thuis zijn, hoe de omgeving het kind accepteert en of er nog dingen zijn waar ze tegenaan lopen en waar wij ze eventueel mee kunnen steunen. Als laatst maken we wat foto’s van de kinderen om zo hun ontwikkeling bij te houden en om de foto’s naar sponsorouders te sturen in Nederland. Naast de home visits is er op dinsdag therapiedag. Dit is ook erg bijzonder om te zien. Kinderen met een fysieke beperking zoals CP worden door hun ouders naar het kantoor gebracht en hier krijgen de kinderen therapie van een gespecialiseerde therapeute. Het kan soms wat chaotisch zijn door de drukte en de huilende kinderen maar we zien veel verbetering bij de kinderen die therapie krijgen.

Ik ben hier vanuit school in Nederland naartoe gekomen om af te studeren op de ALO. Om mijn stage zo goed mogelijk aan te laten sluiten op mijn opleiding gaan we op de donderdag naar de basisschool om te sporten met de kinderen. We spelen onder andere voetbal, tennis, sprintwedstrijdjes en we oefenen met het gooien en vangen van een bal. Als de scholen straks weer open zijn gaan we naar de scholen om daar verschillende sporten aan te leren en aan het eind van mijn stage zal er een toernooi zijn waar de scholen tegen elkaar strijden voor een mooie prijs.

Al met al heb ik het onwijs naar mijn zin hier bij Why Not en zie ik met eigen ogen wat deze stichting betekent voor de kinderen en ouders, super tof.”